Wegmetingen
Doelgericht wegbouwkundig onderzoek  
De zogenaamde 'structurele en functionele conditie' van een verharding kan met doelgericht wegbouwkundig onderzoek en met weg(dek)metingen worden bepaald. Afhankelijk van de situatie en de vraagstelling kunnen verschillende metingen gericht worden ingezet. VIA Aperta heeft de beschikking over een door CROW gecertificeerd valgewicht, waarmee metingen op wegen en zwaar belaste bedrijventerreinen kunnen worden uitgevoerd.

Een beknopt overzicht van mogelijk in te zetten wegmetingen is op deze pagina opgenomen.
 

Visuele inspectie  
Verhardingen kunnen volgens de geldende landelijke CROW-richtlijnen worden geïnspecteerd. Een inspectie wordt uitgevoerd als basis voor het uitvoeren van gepland en gestructureerd, rationeel onderhoud. Op basis van de opname worden ook kleine gebreken opgenomen zodat die direct kunnen worden hersteld. Het regulier groot onderhoud wordt op deze wijze technisch en financieel planbaar zodat u niet voor verrassingen komt te staan.

Draagkrachtmetingen met een valgewichtdeflectometer  
Voor het bepalen van de structurele conditie van een verharding worden valgewichtdeflectiemetingen uitgevoerd. Met de meting wordt een passerende volgeladen vrachtwagen nagebootst. Mede op basis van de opbouw van de verharding met de daarin gebruikte materialen kan de draagkracht worden berekend. Aan de hand van de verkeersbelasting wordt vervolgens de restlevensduur van de constructie bepaald. Wanneer deze ontoereikend, wordt de benodigde versterkingsmaatregel of reconstructie berekend.
Bij het bepalen van onderhoudsmaatregelen aan verhardingen wordt voor de uitvoering van werkzaamheden altijd een balans gezocht tussen het tijdstip van uitvoering, de levensduur van de maatregelen en de bijbehorende kosten.

Boringen en laboratoriumonderzoek  
Voor het bepalen van de opbouw van een verhardingsconstructie en de het bepalen van de milieukundige kwaliteit worden cilinders uit de verharding geboord. Afhankelijk van de adviesmaatregel kan besloten worden om de milieu-hygiënische kwaliteit van verhardingslagen nader te onderzoeken. Teerhoudend asfalt kan zo gericht worden verwijderd.
Natuurlijk kan aan de hand van de bekende RAW-proeven en de Europees geharmoniseerde normen de civieltechnische kwaliteit worden bepaald.

SPB-methode (ISO 11819-1)  
Met de SPB-methode (Statistical Pass-by) wordt op gestandaardiseerde wijze en op een voorgeschreven microfoonpositie de geluidproductie van een verkeersstroom gemeten als functie van de snelheid en ingedeeld naar lichte en zware motorvoertuigen. Door metingen op twee soorten wegdekken te vergelijken kan het wegdekeffect bepaald worden. In Nederland kiezen we voor het vergelijkingwegdek een DAB 0/11 of 0/16 in goede toestand, het zgn referentiewegdek. Het verschil geeft dan de wegdekcorrectiefactor. Op de website www.stillerverkeer.nl zijn van een groot aantal wegdektypen de geluidreducties gegeven.


CPX-methode (ISO 11819-2) en Productie Contole Geluid (PCG-meting)  
Met de CPX-methode (Close Proximity ) wordt het rolgeluid gemeten van een serie van 4 gestandaardiseerde banden, die representatief zijn voor het bandenaanbod op personenauto’s en vrachtwagens. Het resultaat is een zgn. CPX-waarde voor lichte en voor zware motor-voertuigen, bij de standaard snelheid van 50, 80 of 110 km/h.
De resultaten van de SPB en CPX metingen worden gebruikt om de Productie Controle Geluid (PCG) direct na aanleg, na 2 en na 5 jaar te bepalen. 

Textuurlaser (ISO 13473)  
Textuur of ruwheid van het wegdek zijn de golflengten kleiner dan 500 mm in dit wegdek en deze kunnen worden gemeten met een textuurlaser. Er zijn textuurlasers, die textuur bij verkeerssnelheid meten, de zogenoemde dynamische textuurlasers, en textuurlasers in een stationaire opstelling. Deze laatste worden in het laboratorium gebruikt en ook wel in situ in geval van nader onderzoek. Vanuit oogpunt van veiligheid zijn dan verkeersmaatregelen vereist. 

Zandvlekmethode (RAW-proef 76)  
De Zandvlekmethode (RAW-proef 76) is een eenvoudige methode om de textuur van een wegdek te kwantificeren. Bij deze methode wordt een standaard hoeveelheid normzand met draaiende bewegingen van een stamper in het wegdek gebracht. Uit de oppervlakte van de op deze wijze ontstane zandvlek kan de Mean Texture Depth (MTD) of Gemiddelde Textuur Diepte worden berekend. In vergelijking met de MPD, bepaald door de textuurlaser, is de MTD dus driedimensionaal en de MPD tweedimensionaal. De MTD kan uit de MPD worden geschat, men spreekt dan van ETD of Estimated Texture Depth.

Remvertragingsproef (DWW-methode)  
De remproef wordt uitgevoerd volgens een beschreven protocol bij een aanrijsnelheid van 80 km/u. Als de remvertraging niet aan de eis van minimaal 6,5 m/s² voldoet worden door Rijkswaterstaat attentieborden geplaatst met de tekst ‘Nieuw wegdek, langere remweg’ om de weggebruiker opmerkzaam te maken op de mogelijkheid van de langere remweg. Rijkswaterstaat hanteert verder een minimale remvertraging van 5,2 m/s². Dit is de minimale remvertraging, die aan personenauto’s wordt gesteld en periodiek wordt gecontroleerd bij de APK-keuring.


Skid Resistance Tester (NEN-EN 1436)  
De Skid Resistance Tester of SRT wordt in Nederland gebruikt voor het bepalen van de stroefheid van markeringen en de polijstwaarde van aggregaat. Voor markeringen wordt verwezen naar NEN-EN 1436 en de polijstproef is beschreven in RAW-proef 76 (Standaard RAW Bepalingen 2005).
In het geval markeringen worden toegepast als wegdek bijvoorbeeld op kruisingsvlakken, dan zijn de eisen voor stroefheid conform die van normale wegdekken en wordt de natte stroefheid conform RAW-proef 150 gemeten.

Rolrei (RAW-proef 71)  
De rolrei, omschreven in RAW-proef 71, wordt ingezet voor de beoordeling van de kwaliteit van de langsvlakheid van het werk van de opdrachtnemer op die wegvakken, waar de viagraaf niet mag worden ingezet. Dit is het geval waar korte boogstralen in het horizontale of verticale vlak meetfouten zouden veroorzaken in de viagraafmeting.
In de Standaard RAW Bepalingen zijn ook de eisen beschreven, die kunnen aan nieuw werk worden gesteld.

Viagraaf (RAW-proef 71)  
De viagraaf wordt ingezet als kwaliteitscontrole op de door de opdrachtnemer kwaliteit van de geleverde langsvlakheid. De meting, die is omschreven in RAW-proef 71, geeft een goed oordeel over de onvlakheid in het golflengte gebied van 0,3 m tot 12,0 m, golflengten, die de opdrachtnemer met zijn materieel voor het aanbrengen van de asfalt- en cementbetonlagen kan beïnvloeden.
In de RAW zijn ook de eisen beschreven, die kunnen worden gesteld aan nieuw werk. Hierbij is de eis strenger wanneer meer lagen worden aangebracht om een vlak wegdek te kunnen realiseren en minder streng wanneer minder lagen moeten worden aangebracht. Deze eis is de C5-waarde.

Stroefheid (RAW-proef 72)  
Voor het veilig afwikkelen van verkeer moet het wegoppervlak een voldoende stroefheid hebben. De Rijkswaterstaat-methode met het 86% vertraagd wiel wordt standaard toegepast voor het meten van de stroefheid. De minimale waarde van 0,38 is afgeleid uit oogpunt van verkeersveiligheid en wordt gebruikt voor alle type verhardingen waar met snelheden van 50 km/h en hoger wordt gereden.

Laser/SDP  
De laser/SDP is een meetmethode, die, door de combinatie van een laser en een versnellingsopnemer, de langsvlakheid van een verharding kan meten in een groot golflengte gebied (0,3 m tot ca. 100 m). Uit het geregistreerde langsprofiel kunnen softwarematig diverse langsvlakheidsparameters worden afgeleid. Een van deze parameters is de International Roughness Index of IRI, die internationaal en ook in ons land wordt gebruikt om de vlakheid van in gebruik zijnde verhardingen in uit te drukken. Deze IRI, die veelal als gemiddelde waarde per 100 m weglengte wordt toegepast, heeft een goede correlatie met het comfortgevoel van de weggebruiker. Als interventieniveaus voor deze IRI over 100 m weglengten worden voor de verschillende wegtypen 3,5 m/km of 5,1 m/km toegepast. Voor nieuwe verhardingen is nog geen eis vastgesteld, maar een waarde van ten hoogste 1,5 m/km is realistisch.

Rei van 1,20 m (CROW-wegbeheer)  
De rei van 1,20m wordt toegepast voor het bepalen van de ernst van spoorvorming in de visuele inspecties. Daarnaast wordt deze rei softwarematig gebruikt bij de bepaling van spoordiepten in dwarsprofielen zoals die zijn gemeten met andere meer geavanceerde dynamische meetsystemen. De meting met de rei tijdens de visuele inspectie staat beschreven in CROW publicatie 146. Als nieuwbouweis wordt wel een maximale spoordiepte van 3 mm aangehouden.

Waterpassing  
Een waterpassing kan worden toegepast om de dwarshelling te meten in een dwarsprofiel van een rijbaan, maar ook kunnen langs- en dwarshellingen worden gemeten van verhardingen voor (valide en invalide) voetgangers en hun vervoersmiddelen (rollators, scootmobielen etc.). In de ASVV staan de eisen vermeld.